Brieven aan zeemilicien J. Geusebroek
De heer J. Geusebroek, geboren op 14 mei 1891 te Opdam, zat bij de koopvaardij. Hij was zeemilicien. In 1914 trad hij in dienst bij de 4e compagnie 19e landweer bataljon te Nieuwersluis. Meneer Geusebroek was lid van de rode bond (socialisten), zij zijn nooit in actie getreden.
Er zijn tientallen, zo niet honderden, brieven bewaard gebleven die deel uitmaken van de correspondentie tussen meneer Geusebroek en zijn vrienden. Ze schrijven over wat er aan de hand is in de wereld. Ze beschrijven de situatie, aan het begin van de mobilisatie vragen ze zich af hoe het hen zal vergaan en wat er zal gebeuren. Ook de dagelijkse gang van zaken wordt besproken, zoals dat alles duur is geworden.
Naast de brieven zijn marinebladen bewaard gebleven. 'Het Anker, weekblad gewijd aan de belangen van het mindere marine personeel' en 'Correspondentieblad, de bond voor militie- en landstormplichtigen bij de zeemacht'.
Brieven aan de heer Geusebroek en marinebladen
Brief aan zeemilicien Geusebroek van zijn broer P. Geusebroek
Geusebroek
Front
Letter
Brief aan zeemilicien Geusebroek van zijn vriend W.A. aan de Dijk
Publication
Het Anker, weekblad gewijd aan de belangen van het mindere marine personeel
Correspondentieblad, de bond voor militie- en landstormplichtigen bij de zeemacht
CREATOR
Dhr. J.H.C. Geusebroek
DATE
1912 - 1918
LANGUAGE
nld
ITEMS
15
INSTITUTION
Europeana 1914-1918
PROGRESS
METADATA
Discover Similar Stories
Brieven aan een soldaat ten velde
29 Items
Brieven van een soldaat van het Belgisch leger 'ten velde'. Vele brieven komen van over de Nederlandse grens en komen waarschijnlijk van krijgsgevangenen in Nederland. Eén brief komt ook van de kamer van volksvertegenwoordigers. Op de brieven zijn soms ook stempels te vinden die wijzen op het feit dat ze gecensureerd zijn in Engeland. || brieven en postkaarten
Brieven van mijn grootvader geschreven aan de Ijzer
9 Items
Het zijn enkele brieven die mijn grootvader, Gustave Naert, schreef aan zijn broer Maurice. Hieronder schreef ik ze uit. Ze zaten beiden aan het front aan de Ijzer. Zijn broer Maurice overleed oo 6 augustus 1918 in het militair hospitaal in Fontgombault aan TBC en een longontsteking. Hij werd daar initieel ook begraven. Hij werd herbegraven in 1983 in Saint Anne D'Auray in Bretagne. Mijn grootvader Gustave overleefde de oorlog. EERSTE BRIEF Front 30-03-1918 Teerbeminde Broeder Maurice, Met vreugde kom ik uw schoone kaart te ontvangen waarin ik zie dat gij mij een gelukkigen hoogdag wenst. Nu Broeder, ik wens u ook een gelukkigen hoogdag, maar het ware nog beter dat er den oorlog mee gedaan was. Ik denk dat dit offensief de oorlog veel zal verkorten. Gij schrijft mij dat gij ook in die veldslag hebt gezeten. Wij waren ook juist in zo een bombardement. We moesten gasmaskers dragen want zij schoten met gasobussen en er zijn veel jongens door gepakt en er sterven er nog iedere dag van. Ik ben er ook met veel geluk vanaf gekomen want voor mij werd er een jongen doodgeschoten en achter mij ene geblesseerd door een obus. S’anderendaags ùoesten wij weer gasmaskers dragen en wij lagen achter een bajoe en wij konden niet meer weg uit het bombardement. Wij moesten wachten totdat het bombardement was afgelopen en toen was het al 08h00 s’morgens en dus schone klaar. Daarna moesten we één voor één weglopen. Gelukkig zijn we dan niet meer gebombardeerd geworden. Het is nu veel verstild in onze sector maar ze doen hier bijna alle dagen een aanval bij ons. Bij het 11de Linie hebben ze aangevallen en ze hadden 26 soldaten en 1 officier mee en den Duits heeft geen schot gelost. Ik denk wel broeder dat het bij jullie ook verstild is, want wij horen het hier goed als er in Diksmuide iets gebeurt. Nu broeder, ik heb naar Hol---nd (Holland, Hollain)naar Moens en hij heeft mij het portret gestuurd van zijn vrouw, onze zuster, met de 4 kinderen en hij heeft mij zijn portret ook al gestuurd terwijl ik in de Transas was en Julien Verhelle heeft zijn portret ook af gezonden. Nu broeder ik weet niet of jij ze ook hebt gehad of niet, maar als ge ze eens wilt hebben zal ik ze u eens opsturen, maar hij zou graag die van zijn vrouw terugwillen maar ik denk van ze bij te houden. Nu dus broeder ge moet mij maar schrijven als ge ze wilt hebben. Nu broeder tot later. Vriendelijk gegroet, Gustaaf Naert Hoogdag: Pasen viel op 31/03/1918 Bajoe: Van het franse woord Boyau = loopgraaf Transas: Trenches (Engels), Tranchée (Frans) = loopgraven of transes = benauwd zitten TWEEDE BRIEF Zondag 05-05-1918 Broeder Maurice, Met vreugde kom ik u een briefje te schrijven dat ik uw brief ontvangen heb. Nu broeder, ik ben gisteren kortbij uw compagnie geweest, maar ik had geen geluk. Ge waart juist 2 dagen weg naar de kolonne en door het feit dat Vandeneed u niet gezien had, dacht ik dat gij weg zou zijn naar Frankrijk. Ik durfde niet meer verder komen naar Leisele. Wij liggen in Westvleteren en ik was al zover, daarmee dorst ik niet meer verder te komen. Nu broeder, ik heb uwen monter (uw horloge) doen opsturen van die jongen van Gothem die je ook goed kent per-recommandee (aangetekend). Ik heb hem betaald, maar Maurice, als gij ze moet vooruitzetten moet ge er een beetje aan trekken, maar niet te fors. Gij hebt het nog niet seffens vast hoe dat in zijn haak zit. Gij draait er een beetje aan tegen dat gij het vindt. Als ge er door geraakt moet ge mij seffens schrijven en als ge die orlogie (horloge) ontvangen hebt, laat het mij dan ook weten. Ik had u geiren gezien gehad. Ik had u nog geiren wat geld gegeven. Ge moet niet bang zijn om te vragen zulle. Ik zal er u nog 50 opsturen als ge wilt. Ik heb nu geld genoeg. Van als ge in Frankrijk zijt is alles diere (duur), bijzondere tabak. Ge moet zien dat gij uw gerief meedoet. Hiet is het adres van Modest Naert. Z 263 = 6 Comp. Dat is het 6de Saseurs (Chaseurs = Jagers (te voet)) en zij liggen aan de Leon Belge . Gij weet het wel zeker. Nu broeder, ge moet er eens naar schrijven. Nu broeder, Vriendelijk gegroet, Uwen broeder, Gustave Naert Leon Belge = “Kantonnement Lion Belge” nabij Oost-Vleteren (verder achter de frontlinie) waar afgeloste soldaten een korte periode kwamen uitrusten. DERDE BRIEF Front 10-05-1918 Teerbeminden Broeder Maurice, Met vreugde kom ik uw schone brief te ontvangen waarin ik zie dat gij in het hospitaal zijt. Nu broeder, gij schrijft mij dat gij bronchitis hebt, nu broeder, ge moet u warm houden. Ge zoudt daar anders lang kunnen mee sukkelen en dikwijls kunnen hervallen. Je moet de dokter iets vragen voor uwen asem. Nu broeder, ik heb u reeds een brief geschreven met 5 frank in, en als ge die horloge ontvangt, moet ge mij dat seffens laten weten. Nu broeder,gij moet u ook eens laten horen. Onze cozes (kozijn – neef) zal het opsturen naar ons huis. Ik heb hem ook een horloge gegeven en nog 50 frank erbij van welgezindheid omdat hij ons zulk een groot plezier gaat doen. En als ik eens nieuws krijg, ga ik dan wat geld opsturen naar mijn vrouw. Broeder, als ge wat tekort komt, ge moet het maar vragen. Ik weet wel dat in Frankrijk alles duur is. Maar ge weet wel als ik wat heb, broeder, dat ik u niet vergeet. Wij zijn maar met ons tweëen bij den troep en ik ben geen beest. Als ik wat heb, denk ik aan heel onze familie. Ik zou alles weggeven,gij weet dat ik de goedheid zelve ben. Gij weet het, nietwaar broeder, dat ik iedereen zou helpen die in nood zit en dat ik niemand kan zien sukkelen. Ik heb pertank ook lang gesukkeld, maar broeder, gij hebt mij ook nog geholpen, ik ben dat ook nog niet vergeten hoor; Nu broeder, tot later. Uwen broeder, Gustaef Naert.


