Grootouders van Francine Tyssen aan moederszijde
Dit verhaal gaat over de grootouders van Francine Tyssen aan moederszijde. Beide ouders hebben gevangen gezeten in Duitsland. Constant Van Ass was in zandvliet werkzaam als smokkelaar. Door een fietskader tussen de prikkeldraad te steken kon hij brieven doorsmokkelen naar Nederland. Mogelijk zat hier zelfs belangrijker materiaal tussen. Uiteindelijk werd hij opgepakt door de Duitsers en meegevoerd naar een gevangenenkamp in Duitsland. Daar werd hij als dwangarbeider tewerk gesteld op het veld van de boeren. Deze boeren gaven hem gewone kledij en hielpen hem ontsnappen naar België. Daar heeft hij tot het einde van de oorlog bij zijn moeder ondergedoken geleefd in Zandvliet. Zijn vrouw Maria Hermans werd opgepakt tijdens de huiszoeking na de arrestatie van haar man. De Duitse soldaten wilden het bed waar de baby in sliep controleren en Maria is daarop de Duitse soldaten te lijf gegaan om haar kind te beschermen (mogelijk ook omdat zij meer wist over de smokkelpraktijken van haar man). In Duitsland deed zij eerste dienst als kamermeid van de gegijzelde Belgische prinses De Ligne en vervolgens bij een Duitse Dame. Tijdens een uitwisseling van krijgsgevangenen kon zij kiezen om naar Engeland of naar Frankrijk uitgewisseld te worden. Daarbij koos zij voor Engeland omdat haar Schoonzus daar woonde. Eenmaal in Engeland aangekomen heeft zij in een munitiefabriek gewerkt tot het einde van de oorlog.
CONTRIBUTOR
Maria Hendriks
Constant Van ass
DATE
1914 - 1918
LANGUAGE
nld
ITEMS
1
INSTITUTION
Europeana 1914-1918
PROGRESS
METADATA
Discover Similar Stories
Grootouders Tyssen in gevangenschap
1 Item
Het verhaal gaat over de lotgevallen van beide grootouders van Francine Tyssen die allen in Duits gevangenschap hebben gezeten. Aan vaderszijde gaat het om Eugene Tyssen en Barbara Poniart. Bij het uitbreken van de oorlog vluchtten zij naar Nederland. Daar aangekomen beseften ze dat dit weinig zin had en keerden terug. Het koppel had een café in de Nationalestraat (naam onbekend). Daar verspreidden ze een Vlaamsgezinde krant. Daarvoor werden ze opgepakt door de Duitsers en in Antwerpen in de gevangenis vastgehouden. In gevangenschap werd Eugene ziek. Daarop werd hij vrijgelaten, maar hij stierf niet lang daarna aan een longontsteking op het einde van de oorlog. Barbara Poniart deed breiwerk in gevangenschap. Daar verwondde ze haar vinger aan een breinaald. Toen deze wond geïnfecteerd raakte, werd de wijsvinger door Duitse artsen afgezet om haar te redden. Ze overleefde de oorlog en werd uiteindelijk 84 jaar. Het café werd tijdens hun gevangenschap waarschijnlijk opengehouden door hun kinderen.
FRAD076_0023 | Famille de Francine Roussel
1 Item
Pierre Lebourgeois est ouvrier agricole à Berville-sur-Seine. Charles Delabarre est menuisier et réside au Trait. Auguste Flavier est cultivateur à Berville-sur-Seine.Delabarre Charles est le grand oncle de la contributrice. Flavier Auguste est le grand-père maternel de M. Roussel, Pierre Lebourgeois son grand-père paternel. || Photographies, carnets militaires


