Zij konden bij elkaar niet komen

‘Zij konden bijeen niet komen ‘. De Dodendraad in het noorden van België heeft de families De Bont uit Weelde en Turnhout drie jaar gescheiden gehouden. August De Bont en Marie-Louise De Clerck huwden in Brasschaat op 13 november 1915 en vestigden zich te Turnhout in de Korte Albertstraat. Op 8 december 1916 werd een tweeling geboren: Antoon en Frans (mijn vader) (zie verhaal 1). Het blijde nieuws deed al vlug de ronde bij een deel van de familie. Maar... het grootste deel van de familie De Bont woonde in Weelde. Dat was op Belgisch grondgebied, maar aan de ‘verkeerde’ kant van de Dodendraad. De grootouders Toon De Bont en Philomeen Meyvis konden hun kinderen en kleinkinderen niet bezoeken en omgekeerd. Zelfs het bericht van de geboorte moest via de grenspost naar Weelde gesmokkeld worden. Na enkele maanden liet Gust De Bont een foto maken van hem, zijn vrouw en zijn kinderen. Hij liet die over de grens smokkelen. En zo konden de grootouders voor het eerst een beeld van hun kleinkinderen zien. Waarschijnlijk een half jaar later stuurde Gust aan zijn ouders een twee foto. Beminde Ouders en Broeder. Hier ziet gij onzen tweeling. ‘t Zijn al flinke mannekens niet waar ? Zij zijn nog immer braaf en rijden in hun schokkelstoeltjes tot dat ze vermoeid in slaap vallen. Dag vader en Moeder ons Fransje en Antoineken groeten u. Gust.\n Op 1 maart 1918 kreeg de tweeling er nog een broertje bij, Jozef (Jef). Pas na het einde van de Eerste Wereldoorlog kregen de grootouders voor het eerst hun kleinkinderen te zien. Grootvader Toon De Bont stierf niet lang daarna, op 1 april 1919. De andere grootmoeder, Mieke De Clerck-Driesen en de familie in Brasschaat heeft de familie wel kunnen bezoeken. Op 10 oktober 1918 stuurde Gust hun en fotokaart toe met een foto van de tweeling en een neefje, ook een Toon De Bont (later in de familie algemeen bekend als Toon Blaas). Mijn grootvader schreef: Kortelings hopen wij naar Vader en Moeder te mogen gaan (in Weelde) Gelukkig werd de Eerste Wereldoorlog al de volgende maand geëindigd en ging de wens van mijn grootvader in vervulling.
foto's en kaartjes

Show More
 
 
 
 

CREATOR

Michel De Bont

DATE

1915-06 - 1918-11

LANGUAGE

nld

ITEMS

9

INSTITUTION

Europeana 1914-1918

PROGRESS

START DATE
TRANSCRIBERS
CHARACTERS
LOCATIONS
ENRICHMENTS

Generating story statistics and calculating story completion status!

METADATA

Source

UGC

Contributor

europeana19141918:agent/26cccc177997dd5fd0c0845ffcb11c9f

Date

1918-11
1915-06

Type

Story

Language

nld
Nederlands

Country

Europe

DataProvider

Europeana 1914-1918

Provider

Europeana 1914-1918

DatasetName

2020601_Ag_ErsterWeltkrieg_EU

Begin

1915-06

End

1918-11

Language

mul

Agent

Michel De Bont | europeana19141918:agent/26cccc177997dd5fd0c0845ffcb11c9f
August De Bont | europeana19141918:agent/581f4bdbfe8592efe854887e7880f884
Marie-Louise De Clerck | europeana19141918:agent/bc0677ae477f892a45e9da72e338e02a

Created

2019-09-11T08:44:42.120Z
2020-02-25T09:01:23.562Z
2013-09-07 12:14:38 UTC
2013-09-12 14:05:31 UTC
2013-09-12 14:05:34 UTC
2013-09-12 14:05:36 UTC
2013-09-12 14:05:38 UTC
2013-09-12 14:05:40 UTC
2013-09-12 14:05:42 UTC
2013-09-12 14:05:44 UTC
2013-09-12 14:05:46 UTC
2013-09-12 14:05:48 UTC

Provenance

TU07

Record ID

/2020601/https___1914_1918_europeana_eu_contributions_5954

Discover Similar Stories

 
 
 
 

Niet verzonden afscheidsbrief.

3 Items

Op 28 augustus 1918, op de vooravond van een aanval, schrijft Hubert Cleuren een 'afscheidsbrief' naar huis. Vervolgens gaf hij de brief in bewaring bij zijn 'oorlogsmeter'. De brief zou pas verstuurd worden in het geval Hubert zou sneuvelen. Dit soort brieven was gebruikelijk vlak voor een belangrijke aanval of groot offensief. Mocht de soldaat in kwestie sneuvelen, dan hadden de nabestaanden tenminste nog een laatste afscheidswoord. De periode augustus tot november 1918 was een bijzonder woelige tijd aan het front. De geallieerde hadden reeds het Honderddagenoffensief ingezet. Ook aan het IJzerfront werden voorbereidende gevechten geleverd voor het eindoffensief dat op 28 september van start zou gaan. Hubert schrijft met een zekere gelatenheid Met moed en vertrouwen vertrekken wij dan overmorgen, de plaats waar wij moeten vechten is ons tot nu toe nog onbekent maar dat doet niet ter zaken, de eene plaats is de andere. Hubert is gemotiveerd en overtuigd van een overwinning Dees keer ik ben er zeeker van zal hij klop krijgen en eer er vier maand om zijn zal België bevrijd zijn, ik zal het misschien niet meer zien want het zal eene verschrikkelijke aanval zijn nog tans hoop ik van u in het jaar 18 nog te zien. Deze brief werd echter niet verzonden. Hubert Cleuren overleefde de aanval en het eindoffensief. Hij beëindigde de oorlog als machinegeweerschutter bij de Cyclisten. Hij voegde de brief als oorlogsherinnering bij zijn oorlogsnotities. || Studioportret van Hubert Cleuren uit 1919 en de afscheidsbrief die niet verzonden werd.

Go to:
 
 
 
 

Ik salueer niet voor een mof!

1 Item

Foto van Arnold Schepers in uniform - ca. 1915-1916 || Arnoldus 'Nol' Schepers werd geboren op 18 augustus 1889 in Stein. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij als dienstplichtig soldaat gemobiliseerd. Hij was ingedeeld bij de grensbewakingstroepen, zijn eenheid werd getationeerd in Maastricht en had als taak het bewaken van de grenzen tussen Nederlands Zuid-Limburg en België. Na de Duitse bezetting van België kwam dat vooral neer op patrouilleren langs de Nederlandse kant van 'de draad', de beruchte versperring onder hoogspanning die de Duitsers langs de hele Belgisch-Nederlandse grens hadden gebouwd. Bovendien waren er permanent soldaten aanwezig op het station Eijsden, waar dagelijks treinen vol Belgische vluchtelingen aankwamen. De meeste Belgen werden zonder pardon teruggestuurd, een beperkt aantal anderen werd in Nederland geïnterneerd. Hoewel Nederland gedurende de hele oorlog neutraal bleef, waren de gevolgen ook hier goed voelbaar. Door de langdurige mobilisatie leed de economie enorme schade. Veel kostwinners moesten het nu stellen met een kleine soldij, die veel kleiner was dan de normale inkomsten. Over het algemeen werden de Duitsers als de grote boosdoener gezien, en veel Nederlanders waren dan ook wrok tegen hen gaan koesteren, zo ook Nol Schepers. In de vroege ochtend van 10 november 1918 arriveerde er opnieuw een trein in Eijsden. In plaats van Belgische vluchtelingen bevonden zich aan boord echter een groot aantal hoge Duitse militairen. Aan de officier van dienst werd de mededeling gedaan dat de Duitse keizer Wilhelm, die zich in de trein bevond, asiel wenste aan te vragen in het neutrale Nederland. Het duurde een hele tijd voordat Wilhelm officieel toegelaten werd. Tegen de tijd dat het telegram arriveerde, had de bevelhebber van de grenscompagnie een groot aantal mannen naar het kleine stationnetje van Eijsden gedirigeerd. Hoewel hij nergens meer welkom was, en zelfs in eigen land niets meer te vertellen had, moest de 'Kaiser' toch met alle honneurs ontvangen worden. De aanwezige soldaten werd opgedragen een erehaag te vormen. Op het moment dat keizer Wilhelm over het perronnetje voorbij paradeerde, moesten de soldaten hem groeten. Schepers weigerde dit echter en bleef in de houding staan, net als één of twee anderen. Vanwege zijn insubordinatie moest soldaat Schepers zich daags na het incident melden bij zijn bevelvoerend officier, op de Tapijnkazerne in Maastricht. Op de vraag waarom hij geweigerd had keizer Wilhelm te groeten antwoordde hij Ik salueer niet voor een mof! Wegens het niet uitvoeren van het bevel en het 'ongepaste antwoord' werd Schepers veroordeeld tot één week zwaar arrest. Zijn wantrouwen tegenover Duitsers zou hij echter nooit meer kwijtraken, getuigen verschillende gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog!

Go to:
 
 
 
 

foto interneringskamp bij Zeist

1 Item

Ingebracht: bladzijde met tekst over geïnterneerden en een foto van interneringskamp Zeist en 3 postzegels. De tekst: In het postverkeer hadden de geïnterneerden dezelfde rechten als de Nederlandse militairen, namelijk portvrijdom in het binnenlandse verkeer van brieven en stukken, alsmede het recht van aantekenen. Het postverkeer naar België was voor de Belgische militairen zeer moeilijk. de Nederlands-Belgische grens was voor postverkeer gesloten. Het werd afgewikkeld via Calais en Aken; veel van de correspondentie bereikte haar bestemming niet. In januari 1915 werd door de Duitse autoriteiten alle correspondentie met België stopgezet. In februari werd dit, maar dan alleen voor Brussel, Luik, Verviers en Antwerpen weer toegelaten. In mei beval de Duitse regering dat de Belgische geïnterneerden geen recht hadden op briefwisseling. Brieven, kaarten en stukken werden aan de afzender teruggezonden. Begin februari 1916 werd het aan elke geïnterneerde toegestaan twee brieven op briefkaarten per maand te verzenden. Ter controle werden plakzegels gedrukt, waarvan nummer 1 tegen een cent per twee stuks verkrijgbaar was. Deze zegel kon in de maand februari gebruikt worden. Zegel nummer 2, bestemd voor maart, is nooit officieel uitgegeven.

Go to: