Veldviooltje
Partituren handgeschreven op papier en voorzien van een schildering in waterverf, portretten van August De Bont en Marie-Louise De Clerck
‘Veldviooltje’. Mijn grootvader Gust De Bont moest huwen omwille van de Dodendraad.
Mijn grootvader August (Gust) De Bont werd geboren in Weelde op 13 mei 1877 (overleden te Turnhout 1959). Zijn ouders Toon De Bont ( Weelde 1840 – 1 april 1919) en Philomeen Meyvis ( Zondereigen/ Baarle-Hertog 1842 – Weelde 1932) hielden er in de schaduw van de Sint-Michielskerk de dorpswinkel open. Zij hadden negen kinderen, waarvan er zes de volwassen leeftijd bereikten. Hoewel zij zeer katholiek waren, lieten zij geen enkele van hun zonen priester worden. Eén zoon werd koster in de dorpskerk en kon dus ook meehelpen in de zaak. Drie zonen lieten zij voor onderwijzer studeren in de bekende ‘onderwijzersschool’ van de familie Lindemans in Opwijk.
Gust De Bont werd al vlug aangenomen als onderwijzer in de ‘Jacobse school’ in de Warandestraat in Turnhout. Toen deze school door de stad werd overgenomen ging hij lesgeven in de lagere school in de Prinsenstraat. Van ongeveer 1899 tot 1915 bleef hij bij zijn ouders in Weelde wonen. Elke dag stapte hij van Weelde naar Turnhout en terug, in vogelvlucht dwars door de heide.
Dat werd een probleem na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
In april 1915 werd door de Duitsers gestart met het oprichten van ‘de Dodendraad’. Die was klaar ten noorden van Turnhout in juni of juli van dat jaar. Turnhout lag in bezet gebied, maar Weelde lag ten noorden van de draad. Volgens een familieoverlevering zou hij nog een ‘Passierschein’ van de Duitsers hebben gekregen om ‘den draad’ tweemaal per dag op een wettige manier via een poort aan de brug in Ravels te passeren. Zij familie vond dat toch echt niet veilig. Het zou veiliger zijn als hij zich voorgoed in Turnhout zou vestigen. Maar… al die tijd was hij een verstokt vrijgezel gebleven (hij was toen al 38 jaar). En als ongehuwde man met een dienstbode in huis wonen was ondenkbaar.
Dus hij moest trouwen. En dat kwam door de Dodendraad.
Wat er juist gebeurd is weet ik niet. Maar in de familie wordt het volgend verhaal verteld. Via tussenpersonen (pastoors, familie ?) werd een geschikte bruid gezocht. Zij werd gevonden in het dorp Brasschaat. Daar baatte de familie Frans De Clerck-Driesen de bekende afspanning ‘de Prins Kardinaal’ uit. Maar de herberg werd onteigend en moest in 1902 wijken voor de bouw van een nieuw gemeentehuis. Vader Frans De Clerck werd beenhouwer, maar overleed jong op 31 december 1912. Hij liet een vrouw, een zoon en twee dochters achter. De keuze van de familie De Bont viel op de oudste dochter, Marie-Louise (Lewis). Zij had weliswaar een onzekere financiële toekomst, maar had gestudeerd aan een Frans pensionaat.
En ergens in die zomer van 1915 werd een ontmoeting georganiseerd tussen de kandidaat-trouwers. Gust De Bont trok naar Brasschaat en ontmoette Marie-Louise De Clerck ergens op een openbare plaats. Waarschijnlijk was zij wel gechaperoneerd door haar jongere zuster Agnes. Als herkenningsteken droegen de twee op hun revers een vers veldviooltje. Blijkbaar klikte het onmiddellijk tussen die twee. Ik bewaar in het familiearchief nog een partituur van het lied ‘Veldviooltje’ op tekst van Van Offel en muziek van J. Heubens. Mijn grootvader heeft het zelf gekalligrafeerd en op de voorzijde een prachtig veldviooltje geaquarelleerd. Want hij kan goed tekenen. Naar het schijnt zou hij deze partituur bij een tweede bezoek aan zijn ‘toekomstige’ ten geschenke hebben gegeven. Samen hebben zij het ook gezongen met pianobegeleiding door mijn grootmoeder. In de tekst staat o.a.: ‘Zacht en minzaam als een engel was het lieve maagdelijn’. Zo was mijn grootmoeder niet. Zij was een zelfbewuste vrouw met een pittig karakter. En dat moet mijn grootvader hebben aangesproken.
August De Bont en Marie-Louise De Clerck huwden in Brasschaat op 13 november 1915 en vestigden zich te Turnhout in de Korte Albertstraat. Op 8 december 1916 werd een tweeling geboren: Antoon en Frans (mijn vader). Nog tijdens de oorlog, op 1 maart 1918 volgde al een derde zoon. En ze leefden nog lang en gelukkig. Niet helemaal, want het was oorlog, en de rest van de familie De Bont woonde in Weelde, aan de ‘verkeerde’ kant van de Dodendraad.
En daarover gaat mijn tweede verhaal, ook geregistreerd op Europeana met de titel: zij konden bij elkaar niet komen.
CREATOR
Michel De Bont
DATE
1915-06
LANGUAGE
nld
ITEMS
7
INSTITUTION
Europeana 1914-1918